Gedichten

Dichten

Hier vallen de woorden mij te binnen.
Wat mij bezielt wat mij drijft.
Uit mijn hart gedreven.
Uit mijn tenen gehaald.
Ballen de woorden samen tot zinnen.

Hier staan ze geschreven.
De taal van mijn bezinning.
Zonder reden in rijm.
Nog niet uitgesproken.
Niet in spreektaal bedreven.
Brachten ze mij in zwijm.
 

---------------------------------------------------------


Bundel

Dichter bij jou wil ik zijn
Dichter met woord en daad
Je mijn bewondering tonen
Je mijn liefde laten voelen
Je mijn dichter laten horen
Dichterbij wil ik mij bij jou dichten
Met de woorden die mij raken
De gevoelens die ik wil vertalen
Mijn liefde voor je bundelen in woord en daad
Als dichter wil ik bij je zijn
 



Kussen

Mag ik je kussen
Mijn billen dicht bij de jouwe
Mag ik je kussen
Jij de liefste aller vrouwen

Mag ik op je kussen
Zo dicht mogelijk tegen je aan
Mag ik op je kussen
Mijn koningin jij bent voornaam

Mag ik ondertussen
Van je houden met lijf, geest en hart
Mag ik ondertussen
Je nooit meer verlaten zonder tergende smart

Mag ik je kussen op jouw kussen
Mijn lippen zo dicht mogelijk tegen de jouwe aan
Mag ik op je kussen
Een daad der liefde begaan 



Duizend stukjes

 
Een ongelukkig moment als een wolkje regen

Als een druppel tranen die verpletterd door eigen verdriet.

Opgezogen wordt door de droge losse grond

In stilte de ruimte tussen de korrels zand vult


Was het niet de woestijn die vroeg om water geluk en vruchtbaarheid

De zon tergend langzaam met haar antwoord de wolken negerend.

Sprak met felheid……… niet mijn stralen drogen je uit

Maar jijzelf verdort door afwezigheid van samenhang


Als los zand vervoeg je je bij mij en vraagt mij om het waarom

Zoek het antwoord in elke zandkorrel die de andere niet kent

Zichzelf alleenheerser waant en geen hiƫrarchie erkent.

Het zoekende pad is heilloos daar het..alles.. er al is


Niet wetend wat er was verloor het verleden zijn gezicht

Nu vandaag     woestijn    vergaar je korrels
Eerst dan zul je het geluk vinden in duizend stukjes.



Oude klap nieuwe wieken


In een jungle van twijfel en wouden vol liefde
Knijpen we in onze handen………. we zijn er nog
Nieuwe stappen op oude getreden paden
Don Quichotte verworden wij in sommige dagen
Nieuwe wieken oude molens die onze tred vertragen
 


Huilen naar de maan

Daar in het zwart van de hemel zweeft zij
Het volle licht prikt mijn ogen laat tranen vloeien
Opgevangen in mijn hand bekijk ik de dragers van het altijd aandringende verdriet
Als de dagen moeilijk zijn de nachten kort en roerig
Als het denken als een branding op je geheugenstrand bonkt
Het hoofd maar net boven water blijft en het zout mijn wonden tart

Mag ik huilen naar de maan, zij is onbereikbaar zal me niet afrekenen op mijn verdriet
De moeite die de dag als een zware last laat voelen de voeten in het natte zand als een wortel geschoten boom die nimmer wijken zal
Verworden tot boom met stevige stam met een zijde in de luwte en de andere in de storm
Trotseer ik alle stormen in mijn geest.
Mag ik huilen naar de maan als een wolf met wuivende pels deinend in de wind
naarstig op zoek naar zijn pack


Sterren Slikker
 
Genoeglijk slik ik de zojuist opgezogen sterren uit de hemel door

Ze branden in mijn keel zoals een verloren liefde in je hart brandt
Nog even doorzetten, nog een keer flink slikken dan is het voorbij
De maan laat zich niet zomaar verorberen als een gevallen appel

Ik de boom die weer een storm trotseer wortels herziet
De grond verkent op zoek naar nieuw voedsel
Daar sta ik dan met doorgeslikte sterren, brandend in mijn strot
De adem die stokt juist op het moment dat ik mij erin verslik

De uitgespuugde maan laat een spoor licht na op haar weg terug
Ik laat haar gaan zoals mijn verloren liefdes die alsmaar aan mijn ziel vreten
Later als zij weer straalt, zal ik wederkerig naar haar huilen
Nu veeg ik gelaten tranen van mijn lippen het zout uit mijn wond



Mijn onbekende lief


Stil zit ik tegenover je te wachten op een teken.
Stil hoop ik op een blik van jou.
Hoopvol probeer ik je aandacht te trekken.
Fantaserend stel ik je voor als mijn lief.

Omsloten door mijn affectie zit je daar te stralen.
Te groeien in mijn hart, mijn lief, mijn onbekende lief.
Je spreekt niet, niet met je ogen niet met je hart.

Bij de volgende bocht neem ik mij voor je aan te spreken.
Om mijn bewondering te tonen, voor jou mijn onbekende lief.
De naderende bocht doet mij beseffen dat mijn liefde niet de jouwe zou kunnen zijn.

Bevangen door twijfel kijk ik naar buiten.
Jouw hand reikt mijn richting, om het teken te geven.
Met teleurstelling zie ik je het knopje boven mij indrukken om de naderende halte als je bestemming te bestempelen.
Bij het opstaan gun je mij eindelijk je laatste blik en ik, ik geef geen kik


Roes
Gelaten verteer ik de laatste minuut
van een mijn zeldzame heldere momenten.
De mijzelf opgelegde alertheid ten spijt.
Geef ik een plaatsje toe in de rij voor het loket.

Stilte is mijn broeder gedwee mijn verzet.
Zwijgzame bode van de tijd graag een kaartje voor de reis.
Wijs mij het bijster spoor de wissel van de tijd.

Gezeteld met mijn kaartje ter hand.
Wachtend op het punt van vertrek.
Val ik terug……. stilaan in de roes van mijn bestaan


Geloof der mensheid


In mijn door de goden verlaten hart
Heerst het geloof in jou..........mensheid
Raakt mijn ziel
In mijn door de tijd getergde geest heerst rust
Laat me helder denken

Steunend op jouw liefde beleef ik mijn verdriet
Treur ik om het verleden lach om het heden
Verlangend naar een toekomst met jou..........mensheid.
Versplinter ik mijn wantrouw
Wacht ik op het afscheid van het verleden


Dansen van geluk 


Het blijft maar dansen in mijn hoofd
Die gedachte aan het grote geluk
Mijn hart vervuld, mijn zintuigen verdoofd

Op de maat van het leven dans ik met geluk
Pas voor pas, stap voor stap, het ritme van de tijd
Vol overgave aanvaard ik mijn liefde voor het geluk

Het blijft maar dansen in mijn hart
Die passie voor geluk
Mijn verstand voorbij……….ongetwijfeld zeker van mijn zaak

Met glooiende gang zwieren we tezamen
Het lot aanvaard kijken we zwijgen we naar elkaar
Niets valt te zeggen……….alles te voelen

Het blijft maar spoken in mijn hoofd
Waarom dit alles niet eerder
In een dans samen kwam

Dan nu de stappen gezet, de passen gemaakt
Voor een mooie dans
Sierlijk....waardig, alleen met geluk 


Mij ik jij en wij

Laat ons zijn wie wij zijn
Wij zijn niet ik en ik zijn niet wij.
Wij zijn ook niet mijzelf.
Waar mijzelf in het gedrang komt zijn ook vaak wij.

Wij zijn zelden onszelf.

Laat ons zijn wie we zijn


Vergulde eenzaamheid

kijk dit ben ik, kijk daar ga ik dan.
Zul je mij nog zien door de spleten van je ogen
Ik oplopend naar de zon, jij mij het nakijken.

Kijk hier ben ik dan, met mijn pot vol goud,
Kijk daar vandaan kwam ik dan
niets teveel gezegd geen woord gelogen.

Kijk je naar mij, hier ben ik dan met mijn hoofd in de regenboog.
Mijn zelf verzonnen geluk.
Zul je me nog zien door de spleten van je ogen als ik aan de hemel prijk


Mentaalmoeheid 


Met dichtgeknepen ogen aanschouwend de vergankelijkheid van de dag.
Trachtend het denken te vermijden zodat het hart niet verloren raakte in het hoofd.
 

Is het de werkelijke zon die schijnt…………….. een hersenspinsel wellicht.
Tolde het hoofd als de aarde een baan om de zon…. sneller dan het licht.
Het is de overtuiging van de wereld….die is van slag

Enkel een onwerkelijke gedachten die naar waarheid gevormd lijkt te worden
Een kleine seconde als onderdeel van het grote denken
Waar is hij gebleven de denkende man die begin met eind verbind
Zoekend in gedachten verboog hij de steunbalken van het geestelijk labyrint.

Immer zoekende naar het bijster spoor dat bij wissel een nieuwe bestemming vormden
Kreunde het geraamte van de geest door alsmaar stuwende denkende golven van onvermogen.
Het denken………. in strijd met het blijvend zijn.
Bezweek het geestelijk labyrint onder moeheid van het mentaal



 




Geen opmerkingen:

Een reactie posten